Terug naar blog

Standaarden voor e-health

Als je een (medisch) informatie architect zou vragen een utopie te beschrijven, dan zou het woord ‘standaardisering’ snel vallen. Met de recente investeringen in de e-health sector zullen er de komende jaren veel applicaties en software ontwikkeld worden waarvoor een aansluiting met andere medische informatiesystemen nodig zal zijn. Het spreekt immers voor zich dat een goede integratie van al deze medische data voordelig is voor zowel behandelaar als patiënt. En dan moet een arts wel kunnen begrijpen wat de data van een mobiele applicatie inhoudt, en ook is het wel zo fijn als de data van de mobiele applicatie aansluit bij het centrale dossier van de patiënt. Zonder standaarden zou het echter onmogelijk worden om al deze data overzichtelijk en communiceerbaar te maken.

Gelukkig gebeurt er momenteel veel op het gebied van e-health standaarden. Hieronder een overzicht van de standaarden die wij gebruiken om grip op de data te krijgen.

UMLS

UMLS staat voor Unified Medical Language System. Het is een systeem dat verschillende terminologiesystemen combineert. Zo bevat UMLS o.a. SNOMED – een terminologiestelsel voor klinische bevindingen en verrichtingen – en LOINC, een codesysteem voor het nauwkeurig vastleggen van laboratoriumbepalingen. Het mooie van deze systemen is dat ze ook semantische en linguïstische informatie bevatten, wat betekent dat alle relaties tussen de termen allemaal in kaart zijn gebracht. Als je bijvoorbeeld op ‘beenmerg’ zoekt, dan is het bekend dat dit een concept is wat een ‘lichaamsstructuur’ is, maar dat het o.a. ook geassocieerd kan worden met bepaalde procedures (bijv. een ‘beenmergpunctie’), met kwalen (bijv. ‘beenmergdepressie) of met personen (‘beenmerg donor’). Naast deze directe relaties bevat UMLS ook associatieve relaties, zoals die tussen roken en longkanker (‘smoking may cause lung cancer’).

Voor een zoekmachine is deze uitgebreide kennis natuurlijk zeer waardevol. Zodra een gebruiker een bepaalde zoekterm heeft ingetypt, kunnen we herkennen of die term bijv. onder ‘medicijnen’, een ‘labonderzoek’ of een ‘procedure’ valt. Op basis hiervan opent de applicatie dan verschillende zoekformulieren. Bij een labonderzoek moet je bijvoorbeeld in het zoekformulier de waardes waar je tussen wilt zoeken kunnen invullen, terwijl dit bij het formulier van een procedure niet nodig is.

Daarnaast wordt UMLS ook gebruikt om de gebruikers bepaalde suggesties mee te geven. Als een gebruiker bijvoorbeeld op ‘reumatiek’ zoekt, dan kunnen we ook de (hiërarchische) relaties als suggesties voor zoekopdrachten meegeven. Wil je bijvoorbeeld ook ‘fibromyalgie’ in de zoekopdracht includeren? Of wil je naar gerelateerde klachten zoals ‘capsulitis’ of ‘artrose’ zoeken? Met andere woorden, de relaties ondersteunen de gebruiker bij het specificeren van de zoekopdracht.

Farmacotherapeutisch Kompas

Hoewel het UMLS al kennis over medicijnen bevat, maken we tegelijkertijd ook gebruik van het Farmocotherapeutisch Kompas (FK). In het FK staan alle medicijnen die in Nederland verkrijgbaar zijn en net als het UMLS bevat het FK ook de relaties tussen medicijnen. Als een gebruiker bijvoorbeeld ‘atorvastatine’ en ‘fluvastatine’ toevoegt, dan wordt herkend dat dit allebei statinen zijn, en dat de groep ‘statinen’ onderdeel uitmaakt van ‘lipidenverlagende middelen’. De gebruiker krijgt dan een menu te zien, waarin hij direct meerdere statinen kan aanklikken (of niet).

De reden dat we voor medicijnen het FK gebruiken in plaats van het UMLS, is dat het FK ‘nettere’ data heeft. Als je bijvoorbeeld het UMLS zou gebruiken om ‘lipidenverlagende middelen’ toe te voegen, dan zou het UMLS ook opties zoals ‘Atorvastatine 80 mg’ en ‘Atorvastatine 40 mg’ geven. Het FK daarentegen geeft alleen ‘atorvastatine’ als suggestie. Met andere woorden, het UMLS is heel gedetailleerd, maar dit heeft niet altijd een meerwaarde voor zoekopdrachten.

DBC’s

In Nederland werken ziekenhuizen met zogenaamde ‘diagnose-behandelcombinaties’ (DBC’s). DBC’s vormen een codestelsel voor alle mogelijke ziekenhuisbehandelingen. Een DBC bevat informatie over het gehele behandeltraject, dat wilt zeggen “[...] vanaf de diagnose van de specialist tot en met eventuele ziekenhuisbehandeling en bijbehorende nacontrole(s)” (bron: nza.nl). Het DBC codestelsel maakt het heel gemakkelijk om direct een overzicht te krijgen van alle patiënten met een bepaalde diagnose of een bepaalde behandeling. Onze applicatie heeft een speciaal zoekformulier voor DBC's waarin de codes makkelijk in te vullen/na te zoeken zijn.

Registratie aan de Bron

Het ‘Registratie aan de Bron’ programma van de NFU en Nictiz heeft als doel dat alle zorgdata in Nederland ‘eenduidig’ en ‘eenmalig’ wordt vastgelegd. Naast dat het helpt interpretatieverschillen en miscommunicatie te voorkomen, maakt het ook het de ‘interoperabiliteit’ groter. Met interoperabiliteit wordt bedoeld dat verschillende, afhankelijke systemen (bijv. ziekenhuizen/patiënten/huisartsen) in staat zijn met elkaar kunnen communiceren/informatie uitwisselen.

Om dit te bereiken heeft het Registratie aan de Bron programma zogenaamde ‘zorginformatiebouwstenen’ ontworpen. Deze informatiebouwstenen zijn een soort afspraken over de registratie van medische concepten. Een afspraak voor een ‘medicatie voorschrift’ kan bijvoorbeeld zijn dat je altijd de merknaam van het medicijn, de dosis, en de start- en einddatum toevoegt.

Met het oog op de toekomst, proberen wij – waar mogelijk – onze datamodellen nu al zo veel mogelijk op de zorginformatiebouwstenen te baseren.

Frederiek Pennink's Picture

Frederiek Pennink

Frederiek helpt bij het implementeren van de CTcue applicatie op locatie